Op deze pagina meer over de plaats op de rijbaan die je moet aanhouden met je auto.
Plaats op de weg
Rechts houden op de rijbaan
Het is verplicht om zoveel mogelijk rechts te houden zowel op de eenbaans wegen als op wegen met meerdere rijstroken. Het is echter niet verplicht te zigzaggen wanneer er voertuigen op de weghelft staan waar jij je bevindt.
Bromfiets op de rijbaan
Sinds het jaar 2000 is het bromfietsers verplicht binnen de bebouwde kom op de rijbaan te rijden in plaats van op het fietspad. Houd hier als autobestuurder rekening mee. Vaak zijn deze verkeersdeelnemers onvoorspelbaarder dan automobilisten.
Gescheiden rijbanen
Rijbanen kunnen door een middenberm gescheiden worden. In dat geval wordt veelal door borden aangegeven welke rijbaan je moet volgen. Meestal is er bij een brede middenberm een verbod om een van de rijbanen in te rijden. In dat geval moet je voor de andere rijbaan kiezen. Wanneer er geen borden staan, wordt je geacht zoveel mogelijk rechts aan te houden en dus de rechter rijbaan te nemen.
Wanneer een weg uit drie of meer rijbanen bestaat dan is het veilig de langzame bestuurders het meest rechts te laten rijden. Dit is meestal dan een ventweg die door alle bestuurders bereden mag worden. De middelste baan is meestal verboden voor de langzame bestuurders middels het bord C9 (zie hiernaast)
Fietsstroken
Op een fietsstrook met doorgetrokken lijn mag je als autobestuurder niet rijden. Je mag alleen op een fietsstrook rijden wanneer er een onderbroken lijn is aangebracht. Natuurlijk mogen andere bestuurders als; fietsers, snorfietsers, bromfietsers of bestuurders van invalidenvoertuigen niet gehinderd worden.
Obstakels op de rijbaan
Wanneer er een obstakel op jouw rijbaan staat (bijvoorbeeld een geparkeerde auto) en er komt tegemoetkomend verkeer, dan moet je het tegemoetkomend verkeer voor laten gaan alvorens zelf te gaan rijden. Tenzij de rijbaan breed genoeg is en je kan zelf normaal doorrijden.
Rijbaanversmalling
Bij een rijbaanversmalling zijn er meestal borden (F5-F6 zie op de foto hiernaast) geplaatst die het verkeer in goede banen leidt. Deze borden gelden alleen voor bestuurders. Voetgangers die je tegemoet komen lopen, moet je altijd voor laten gaan.
Zebrapad
Voetgangers en bestuurders van invalidenvoertuigen moet je voor laten gaan wanneer zij oversteken op een zebrapad of aanstalte maken om over te gaan steken.
Wegrijden van een lijnbus
Binnen de bebouwde kom moet je bussen (lijnbussen en touringcars) die weg willen rijden van een bushalte altijd voorrang verlenen. Belangrijk daarbij is dat ze dat aan moeten geven met hun richtingaanwijzers en dat het om een officiele bushalte gaat. Buiten de bebouwde kom geldt deze regel niet.
Geslotenverklaring
Als bord C6 (zie hiernaast) is geplaatst is er een verbod tot inrijden van alle voertuigen op meer dan twee wielen. Borden waar geen auto op staat zeggen dat er geen ander verkeer de straat in mag rijden of juist wel mag inrijden.
Naast dit soort borden bestaan er ook borden die aangeven dat voertuigen met een bepaalde lengte, breedte of gewicht een straat niet mogen inrijden. Het gaat hier dan meestal om een weg waar bijvoorbeeld een lage brug staat.
In- en uitstappende passagiers
Mensen die uit een tram of bus op de rijbaan uitstappen moet je voorrang verlenen. Dit hoeft echter niet wanneer er een vluchtheuvel is aangebracht waar de tram- en buspassagiers uit kunnen stappen.
Bestemmingsverkeer
Witte borden met een rode rand geven meestal aan dat je ergens niet in mag rijden. Het onderbord geeft dan meestal wat meer specifieke informatie. Wanneer bord C1 is geplaatst wil dat zeggen dat er geen verkeer die weg in mag in beide richtingen. Soms geeft een onderbord wat meer specifieke informatie.
Vluchtheuvels
Vuchtheuvels zijn altijd voorzien van richtingsborden die aangeven welke rijbanen je moet berijden.
Eenrichtingsweg
Een eenrichtingsweg mag maar vanaf 1 kant ingereden worden. De meeste eenrichtingsborden gelden niet voor fietsers en bromfietsers, kijk hiervoor in de auto dus voor uit. In een eenrichtingsweg mag je (behalve om te parkeren) niet achteruit rijden. Tevens geldt er ook een keerverbod.
Aan de borden hiernaast (C2 en C3) kan je zien of je te maken hebt met een eenrichtingsweg. Wanneer je het rode bord voor een weg ziet staan mag je er niet inrijden. Je hebt dan namelijk te maken met een tegengestelde eenrichtingsweg. Bij het blauwe bord mag je de weg wel inrijden en heb je te maken met een eenrichtingsweg.