Les 2: Verkeersborden, verkeerstekens en aanwijzingen
De algemene regel in Nederland is dat je verplicht bent alle verkeerstekens op te volgen. verkeerstekens zijn verkeersborden, verkeerslichten en verkeerstekens op het wegdek. De verkeerstekens kunnen zowel een ge- als verbod betekenen.
Aanwijzingen
Volgorde van belangrijkheid
Verkeersregels gelden overal behalve wanneer er met verkeersborden, verkeerstekens, verkeerslichten of aanwijzingen van de daartoe bevoegde ambtenaren wordt aangegeven dat het verkeer zich anders moet gedragen.
De volgorde van deze bijkomende factoren is als volgt: Allereerst gaan de verkeersborden en de verkeerstekens voor de verkeersregels. verkeerslichten gaan weer voor verkeerstekens en verkeersborden die de voorrang regelen. Tot slot gaan de bevoegde ambtenaren (bijv. politieagenten) weer voor de verkeerslichten.
Bevoegde ambtenaren
De mensen die bevoegd zijn om (tijdelijke) aanpassingen te maken in de verkeersregels, verkeersborden of verkeerslichten in verkeer zijn:
* verkeersbrigadiers. Dit zijn mensen die bijvoorbeeld kinderen helpen met oversteken; * begeleider railvoertuig. * politie, marechaussee en douane.
Verkeerstekens
Werkingsgebieden
De meeste verkeerstekens gelden voor de hele breedte van de weg waar zij staan met uitzondering van de parkeertekens. Deze verkeerstekens gelden alleen voor de kant van de weg waar zij geplaatst zijn. Wel kan onder dit soort verkeerstekens een onderbord hangen waar op staat dat ze bijvoorbeeld gelden voor een gehele zone. In dat geval is dat bord voor de gehele zone geldig.
Ondertekens
Ondertekens zijn verkeerstekens die onder verkeersborden kunnen hangen. Deze kunnen aangeven wanneer en voor wie het betreffende bord geldt of juist wanneer hij niet geldt. De symbolen op de ondertekens hebben exact dezelfde betekenis als de symbolen uit het verkeersbordenregister. Wanneer er een symbool van een vrachtauto op het bord staat is het juist alleen van toepassing op vrachtauto's tenzij er het woord "uitgezonderd" bij staat.
verkeerstekens op het wegdek
Zebrapad
Voetgangers en bestuurders van een invalidevoertuig die willen oversteken op een zebrapad, of aangeven dat ze dit van plan zijn, hebben altijd voorrang.
Verdrijvingsvlakken
Je mag je niet op verdrijvingsvlakken bevinden. Hierop moet je goed letten wanneer je bijvoorbeeld gaat voorsorteren, wanneer je inhaalt of wanneer je te vroeg wilt invoegen. verdrijvingsvlakken zijn te herkennen aan delen van de rijbaan waarop schuine witte strepen zijn aangebracht. In de meeste gevallen liggen verdrijvingsvlakken er om het aantal rijstroken te verminderen.
Haaientanden
Wanneer je een kruispunt nadert met haaientanden op jouw weggedeelte, moet je alle bestuurders op de kruisende weg voorrang verlenen. Dit moet ook wanneer haaientanden niet gecombineerd zijn met het voorrangsbord B6:
Stopstreep
Wanneer er een stopstreep op het wegdek is aangebracht, moet je stoppen voor die stopstreep.
Doorgetrokken streep
Er zijn een aantal regels voor de doorgetrokken streep:
* Je mag niet links over een doorgetrokken streep rijden. Je mag je dus ook niet links van de doorgetrokken streep bevinden. Dit is alleen wanneer de doorgetrokken streep zich bevindt tussen rijstroken of paden met verkeer wat uit beide richtingen kan komen; * Je mag niet rechts of links over een doorgetrokken streep heen wanneer de doorgetrokken streep ligt tussen rijstroken of paden voor verkeer wat in 1 richting rijdt; * Als aan de kant waar jij je bevindt naast de doorgetrokken een streep een onderbroken streep ligt, mag je over de doorgetrokken streep rijden.
Voorsorteerstrook
Je moet op een kruispunt de voorstorteerstrook volgen in de richting waar je naar toe wilt. Deze strook moet je tijdig kiezen om ongelukken te voorkomen. Wanneer je pas op het laatste moment er achter komt dat je toch naar links moet in plaats van rechts mag je niet meer van strook wisselen, omdat je dan over een onderbroken streep rijdt.
Busbanen en busstroken
busbanen en busstroken mogen alleen bereden worden door bestuurders van lijnbussen. Soms mogen hier ook taxi's op rijden wanneer hiervoor een ontheffing is verleend.