Sinds 30 maart 2002 is het puntenrijbewijs ingegaan, ook wel bekend onder de officiëlere naam Beginnersrijbewijs. Iedereen die voor het eerst een Nederlands rijbewijs haalt, valt onder de 'Regeling beginnende bestuurders' en krijgt het puntenrijbewijs. Voor deze beginnende bestuurders gelden de eerste vijf jaar na ontvangst van het puntenrijbewijs strengere regels. Het puntenrijbewijs houdt in dat je voor sommige overtredingen een punt aftrek krijgt. In totaal heb je drie punten. De overtredingen zijn:
bumperkleven;
ernstige snelheidsovertredingen (meer dan dertig kilometer per uur);
veroorzaken van gevaar of hinder in het verkeer;
veroorzaken van materiële of lichamelijk letsel door onjuist naleven van de verkeersregels;
veroorzaken van een ongeval met dodelijk gevolg of zwaar letsel.
Het puntenrijbewijs wordt geschorst als iemand voor de derde keer is aangehouden en veroordeeld. Blijkt uit het daaropvolgende rijvaardigheidsonderzoek dat de beginnende bestuurder niet rijvaardig is, dan wordt het puntenrijbewijs ongeldig verklaard.
Rijvaardigheidsonderzoek
Het rijvaardigheidsonderzoek bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte. Naast educatie staat de kwaliteit van het rijgedrag tijdens het onderzoek voorop. Als de rijvaardigheid en theoriekennis onvoldoende zijn, moet de kandidaat opnieuw een volledig examen doen. De kosten voor het onderzoek komen voor rekening van de overheid.