Het examen voertuigbeheersing AVB wordt onderverdeeld in 12 oefeningen die onderverdeeld zijn in vier clusters. Tijdens het rijexamen zijn vier oefeningen verplicht om uit te voeren en worden de anderen gekozen door de examinator. Het doel van je examen is dat je de examinator laat zien dat je het voertuig beheerst en dus op een veilige manier kan deelnemen aan het verkeer. Hieronder staan de verschillende clusters met de bijbehorende oefeningen die je moet beheersen om te kunnen slagen voor het examen.
Cluster 1, lopen met de motor en gebruik van de standaard
- Het achteruit parkeren
Bij deze verplichte oefening loop je met de motor aan de rechterzijde van de rijbaan om deze vervolgens achteruit in een denkbeeldig parkeervak te plaatsen. Je zet je motor eerst op de standaard, haalt deze er vervolgens weer af en loopt rechts het parkeervak uit.
Cluster 2, Verrichtingen bij lage snelheid
Deze cluster bestaat in totaal uit 6 oefeningen waarvan er een verplicht is en een naar keuze.
- De langzame slalom
De langzame slalom is een verplichte oefening waarbij geen richtlijn bestaat voor de snelheid. Vanwege de geringe tussenafstand van de pylonen ligt het voor de hand dat men stapvoets zal rijden. Het gebruik van een slippende koppeling is bij deze oefening verplicht. Verder is uiteraard de bediening, controle, snelheid en je balans heel erg belangrijk. Ook is het erg belangrijk dat je de opgestelde pylonen niet raakt.
- Wegrijden uit een parkeervak
Bij deze oefening rij je het parkeervak uit en gaat gelijk naar rechts of links. De rijbaan is drie meter en het is belangrijk dat je de examinator laat zien dat je over genoeg controle beschikt om een scherpe bocht te maken.
- De denkbeeldige acht
Bij deze oefening rij je in een rechthoekig vak een denkbeeldige acht. Met een trekkende motor moet je een gelijke snelheid aanhouden waarbij je de voetrem en de slippende koppeling mag gebruiken.
- Stapvoets rechtdoor rijden
Het is de bedoeling dat je over een afstand van 20 meter stapvoets naast je examinator blijft rijden. De examinator let op je snelheid, de bediening en vooral de controle over je motor. Je doet deze oefening met een slippende koppeling en de voetrem mag ook gebruikt worden zolang je je voeten op de pendalen houdt.
- De halve draai (links of rechtsom)
Als de examinator voor deze oefening kiest rij je met licht trekkende motor over een denkbeeldige rijbaan. na de tweede pylon maak je in een vrije beweging een halve draai naar rechts of links waarna je terugrijdt naar je startpunt.
Cluster 3, verrichtingen bij een hogere snelheid
Deze cluster bevat twee oefeningen die alletwee verplicht zijn om uit te voeren.
- De uitwijkoefening
Bij de uitwijkoefening kom je met 50 kilometer per uur aanrijden tussen twee pylonen door. Vijftien meter na deze pylonen staat er een denkbeeldig muurtje van pylonen die je naar links moet uitwijken. Na dit muurtje moet je uiteraard weer terugkeren naar je eigen weghelft.
- De snelle slalom
Bij deze oefening staan zes pylonen opgesteld waar je met een minimale snelheid van 30 kilometer per uur omheen moet rijden. Deze slalom oefening doe je met een trekkende motor en is het belangrijk dat je de oefening vloeiend en gelijkmatig uitvoert.
- De vertragingsoefening
Je trekt vanuit stilstand op naar 50 kilometer per uur en rijdt in de derde versnelling. Na het poortje van pylonen rem je af tot 30 kilometer per uur en schakel je minimaal 1 versnelling terug. Hierna volgen drie pylonen die 8 meter uit elkaar staan welke genomen moeten worden met een slalom.
Cluster 4, Remoefeningen.
Deze cluster bestaat uit drie oefeningen waarvan de noodstop de verplichte oefening is.
- De noodstop
Je trekt vanuit stilstand de motor tot 50 kilometer per uur. Op het moment dat je het poortje voorbij bent moet je zo snel mogenlijk tot stilstand komen door te remmen. Natuurlijk is het belangrijk dat je de controle over de motor niet verliest.
- De precisiestop
Zoals de naam al duidelijk maakt is het hier de bedoeling dat je precies op een bepaald punt tot stilstand komt. Je trekt wederom de motor op tot 50 kilometer per uur, passeert een poortje waarna je rustig je snelheid mindert. Zeventien meter na dit poortje is het de bedoeling dat je de motor tot stilstand brengt.
- De stopproef
Naast de verplichte precisiestop kan de examinator ook kiezen voor de stopproef. Bij deze oefening is het doel dat je technisch goed remt. Vlak voordat je tot stilstand komt schakel je terug naar de 1, je hebt een korte remweg.
Wanneer ben je geslaagd?
Bij het examen voertuigbeheersing laat je in totaal 7 oefeningen zien die alle 7 net zo zwaar tellen. Uit iedere cluster is 1 oefening verplicht en wordt uit de clusters 2 tot en met 4 drie oefeningen gekozen die uitgevoerd moeten worden. Dit houdt in dat je vier oefeningen verplicht moet uitvoeren en er drie geselcteerd worden door de examinator. Mocht je een oefening niet goed uitvoeren dan krijg je de kans deze nog eenmaal over te doen en je moet minimaal 5 oefeningen met een voldoende uitvoeren om te slagen. Daarbij voer je in de clusters 2 tot en met 4 minimaal 1 oefening correct uit. Uiteraard is het de bedoeling dat je de examinator op overtuigende manier laat zien dat je de motor goed beheerst bij lage en hoge snelheid en dat ook het remmen vlekkeloos verloopt.
Geldigheidsduur voetuigbeheersing
Ben je geslaagd voor je voertuigbeheersing dan is deze 1 jaar geldig en kun je onbeperkt opgaan voor het examen verkeersdeelneming. Als je op een lichte motor je examen hebt gehaald zal je ook een lichte motor moeten gebruiken tijdens het volgende examen en andersom geldt dit ook voor een zware motor natuurlijk.